Risicovol spel: trek- en duwspelen
Bij deze categorie van risicovol spel wordt de lichamelijk ontwikkeling gestimuleerd. Kinderen worden fysiek sterker wanneer zij met elkaar stoeien en hun motorische vaardigheden worden gestimuleerd. Ook verbeteren de sociale competenties van kinderen zoals; aansluiting zoeken, onderhandelen, voor jezelf opkomen en nee leren zeggen. Ook leren kinderen omgaan met verschillende rollen zoals een dominante rol en een ondergeschikte rol. Daarnaast oefenen kinderen vaardigheden voor het reguleren van agressief gedrag. Door dit soort spel leren kinderen om agressie te reguleren.
Voorbeelden van trek- en duwspelen
Trek- en duwspelen is een categorie die zowel binnen als buiten plaats kan vinden. Dit spel kun je stimuleren door het faciliteren van verschillend spelmateriaal en/of het organiseren van activiteiten zoals:
- Stoeien met elkaar (1 t/m 13 jarigen)
- Vechtend spelen (meer met armen en benen) (1 t/m 13 jarigen)
- Sabelen met stokken / takken (1 t/m 13 jarigen)
- Touwtrekken (4 t/m 13 jarigen)
- Zittend tegenover elkaar bij elkaar een bal af proberen te pakken (4 t/m 13 jaar)
Tips voor een goede begeleiding
Bij trek- en duwspelen hangt de begeleiding af van de leeftijd van het kind. Jonge kinderen hebben meer toezicht en begeleiding (uitleg) nodig dan de wat oudere kinderen. Belangrijk in de begeleiding:
- Let op de ondergrond. Een zachte ondergrond is veiliger dan een stenen oppervlak.
- Spreek af dat als het kind pijn heeft of niet meer wil meedoen, er gelijk gestopt wordt.
- Ken het verschil tussen stoeien en echt vechten. Bij stoeien wordt meestal gelachen, zijn gezichtsuitdrukkingen ontspannen en beginnen kinderen om de beurt met stoeien. Bij echt vechten is het gezicht en met name de kaak gespannen en domineert meestal één kind het spel.
- Blijf erbij zodat je er tussen kan komen als het toch te wild wordt.
Lees ook onze andere blogs over risicovol spel in het algemeen, spelen met snelheid en spelen met hoogte.